Regelmatig ontvang ik vragen van studenten. Af en toe beantwoord ik hun vragen in een blog, omdat dit vaker terugkerende vragen zijn. Vandaag is dat de vraag van Heleen, student Orthopedagogiek. Omdat haar waarschijnlijk voor veel organisaties herkenbaar is, deel ik hem graag hier.

De vraag van Heleen

Heleen mailde mij in verband met haar eindproject voor haar studie Orthopedagogiek. Een aantal fragmenten uit haar mail, die ik met toestemming gebruik: 

“[…] De voorziening waar ik nu stage doe heeft een beweegpad aangelegd (een verhard wandel/fietspad dat in een lus ligt doorheen de tuin) maar dit wordt heel weinig gebruikt.”

Heleen gaat een voorstel doen om te zorgen dat dit beweegpad meer wordt gebruikt. Daarbij denkt ze in twee richtingen: 

“Zowel op vlak van effectief bewegen/sporten, rondjes wandelen, fietsen, rolschaatsen… als omgeving door voorstellen te doen om de omgeving aan te passen zodat de gasten sowieso al meer buiten gaan komen en bv naar het bankje wandelen om daar te gaan zitten.”

En tot slot is ze op zoek naar theoretische onderbouwing. Ze kiest daarbij voor de vraag waarom het belangrijk is om meer te bewegen:

“[…] Zou u mij kunnen helpen met het vinden van informatie over het belang van bewegen, specifiek voor mensen met een verstandelijke beperking en/of Syndroom van Down?”

Een puzzel-vraag

Ik vind het ontzettend leuk als dit soort vragen als eindopdracht wordt gekozen. Natuurlijk omdat ik er achter sta om aandacht te besteden aan meer bewegen. Maar ook omdat het een ‘puzzel’-vraag is. Er spelen zoveel aspecten rondom de vraag of een beweegvoorziening wordt gebruikt of niet. 

Ook geeft het een mooi inkijkje in wat er zoal speelt. In samenvatting zie ik: 

  1. Een beweegpad wordt weinig gebruikt. 
  2. De oplossing wordt gezocht in (adviezen over) activiteiten en (adviezen over) het aanpassen van de omgeving rondom het beweegpad. 
  3. Als theoretische onderbouwing wordt gekeken waarom bewegen voor mensen met een verstandelijke beperking zo belangrijk is. 

In omgekeerde volgorde bespreek ik bovenstaande punten. 

Theoretische onderbouwing waarom bewegen belangrijk is (punt 3)

Heleen vroeg theoretische onderbouwing waarom bewegen belangrijk is voor mensen met een verstandelijke beperking. Mijn antwoord was eigenlijk een nieuwe vraag:

“Verwacht je dat het voor iemand met een verstandelijke beperking belangrijker is om te bewegen dan voor de gemiddelde Nederlander?”

Hoewel ik me kan vergissen, heb ik zelf niet de indruk dat bewegen voor de gemiddelde persoon met een verstandelijke beperking belangrijker is dan voor mensen zonder verstandelijke beperking. Misschien uitgezonderd enkele specifieke syndromen. 

Wat natuurlijk wél zo is, is dat mensen met een verstandelijke beperking gemiddeld veel minder bewegen. Dat is een andere invalshoek en een andere theoretische onderbouwing.

Geeft deze onderbouwing steun aan de gegeven adviezen? (punt 2)

Welke van de bovenstaande invalshoeken voor theoretische onderbouwing je ook kiest, beide geven alleen zijdelings steun aan de adviezen die Heleen wil gaan geven. Beide onderbouwingen gaan waarschijnlijk aangeven dat aandacht voor bewegen belangrijk is. Maar ze zullen niet meteen concreet maken wat dit voor het beweegpad betekent.

Mogelijk kan ze haar aanbevelingen versterken met onderbouwing die te maken hebben het stimuleren van (nieuw) beweeggedrag of het inrichten van een uitnodigende beweegomgeving. 

Wordt het beweegpad dan meer gebruikt? (punt 1)

Het is geweldig als er acties worden ingezet om cliënten te stimuleren om meer te bewegen, bijvoorbeeld door het gebruik van een beweegpad. Het is een mooie start om te kijken welke activiteiten er concreet gedaan kunnen worden, of hoe het nog aantrekkelijker wordt om dit te gebruiken. 

Daarnaast is het ook goed om te kijken naar de randvoorwaarden. Op locaties waar ik zelf kom zie ik dat iedereen het goed doet bij ritmes en gewoontes. Dat is fijn, want ritmes en gewoontes zorgen ervoor dat dingen gebeuren zonder dat iets veel energie kost. Maar het is ook lastig om dit te doorbreken als je iets wilt veranderen. 

Mijn advies zou dan ook zijn om óók te kijken naar wat de huidige gewoontes zijn. Niet alleen die van de cliënten, maar ook die van medewerkers, familie en verwanten. Om hierover in gesprek te gaan kan het instrument van Kristel Vlot-van Aanrooij worden ingezet. 

Tot slot

Ik vind het leuk om vragen zoals die van Heleen te ontvangen. Het geeft een inkijkje in wat er binnen verschillende organisaties gebeurt. En ik vind het mooi om te zien dat er steeds meer, steeds serieuzer en vanuit steeds meer invalshoeken bekeken wordt naar bewegen. 

Meer weten? 

Aanvulling

In dit artikel zoomde ik als het ware uit van de vraag van Heleen. Wat leuk is dat ik ook een aantal concrete tips kreeg. Deze vind je in een nieuw artikel: de praktische tips.

Print Friendly, PDF & Email
Share
Share
Tweet
Pin