WerkLOOS, zelfstandige ZONDER personeel, verstandelijk BEPERKT. Je hebt iets niet, maar wat zegt dat over JOU? Wat doet het met iemands identiteit als je hem samenvat als iemand die iets niet heeft? Als dat het allereerste is wat je over iemand noemt?

identiteit beperkingVorige week was ik bij Noordkracht, het grote tweejaarlijkse congres van Noorderlink, een samenwerkingsverband waar veel organisaties in het noorden van het land bij zijn aangesloten.

Ik stond op een gegeven moment met een groepje mensen te praten, en één van de eerste vragen die je elkaar dan stelt, is: “Waar werk je?” Veel aanwezigen waren verbonden aan een van de aangesloten organisaties. In antwoordde: “Ik werk voor verschillende zorgorganisaties.”

Daarop was het even stil. Een seconde misschien waarin ik al wist wat er ging komen. En ja hoor, ook nu concludeerde iemand haast opgelucht: “Dus jij bent zzp’er.” Alsof ze blij was dat ze het hokje had gevonden waar ze me in kon stoppen.

Ik ben van alles

Ik houd niet van hokjes en ik ga mezelf ook geen zzp’er noemen. Want hoe kan iets wat ik niet heb de duidelijkste definitie zijn van mij? Ik vind het een jeukwoord.

Ja, ik ben zelfstandig ondernemer. En nee, ik heb geen personeel. Maar wat zegt dat over mij? Ik heb écht mooie dingen gemaakt, programma’s, trainingen. Ik heb veranderingen binnen organisaties in gang gezet. Kortom, kijk naar wat ik allemaal heb, wat ik allemaal ben en doe.

Misschien denk je nu, wat een onbelangrijk gezeur. Maar sta jij er wel eens bij stil hoe wij als zorgverleners onze cliënten omschrijven? Ik heb het dagelijks over cliënten met een verstandelijke beperking, een chronische aandoening, een lichamelijke beperking. Dus ook ik noem dan als eerste wat iemand niet heeft. En ik denk er niet eens bij na. Hoe erg is dat…?

Woordgebruik en identiteit

Ik was deze zomer op het IASSIDD congres in Melbourne. Daar ging het over de meerwaarde van sport. Een van de voordelen die ik me tot dan toe me te weinig had gerealiseerd, is de kans die sport geeft om iemand op een andere manier te definiëren.

Er kwam een deelnemer aan de Special Olympics aan het woord. Zij begon met: “Hi, I’m Kelly. I’m an athlete.” Dat raakte iets in me, want het ging zoveel verder dan woordgebruik. Het ging om Kelly’s gevoel van identiteit én om de manier waarop andere mensen naar haar keken.

Haar ouders zijn de vader en moeder van een atleet in plaats van de ouders van een dochter met een verstandelijke beperking. Sporter-zijn verandert niets aan Kelly’s verstandelijke beperking; maar het is niet langer de beperking die haar definieert, het is niet meer wat als eerste genoemd wordt.

Ik ben ervan overtuigd dat mensen bij Kelly daardoor minder snel aan haar beperking denken of er eerder doorheen kijken. Dat mensen een mooi individu zien met kwaliteiten en capaciteiten. In Kelly’s geval een rolmodel. Een voorbeeld voor anderen.

Als een andere definitie van een identiteit zoveel goeds in gang kan zetten, waarom blijven we dan hangen in die negatieve definities? Mijn onvrede over termen als ‘met een beperking’ is geen onbelangrijk gezeur. Identiteit is iets wezenlijks.

Wie bepaalt hoe het heet?

Ik ga mijn energie niet steken in de term ‘zelfstandige zonder personeel’. Dat is dan maar zo. Ik kan krabben tegen die jeuk, want ik heb geen lichamelijke beperking. Ik kan prima uitleggen wat ik doe (wél doe, wél heb), want ik heb geen verstandelijke beperking. De Belastingdienst heeft trouwens een synoniem voor zzp’er: kleine ondernemer. Tja. Als mijn ambities maar groot mogen zijn, vind ik het prima.

Mensen met een verstandelijke beperking worden gelukkig meestal niet meer geestelijk gehandicapt genoemd. Dat vind ik een vooruitgang, zeker als je kijkt naar de ICF-classificaties. Maar het blijft een glijdende schaal.

icf

Want wanneer is iets gewoon een verschil tussen mensen? En wanneer is het verschil zo groot, dat je aangeeft dat er een stoornis is? Wie bepaalt of deze stoornis een beperking vormt voor deze persoon? En als de benaming ‘handicap’ afhangt van de mate waarin je kunt participeren in de maatschappij, over welke maatschappij gaat het dan eigenlijk?

Bewustwording: wat is er wél?

Wat we nodig hebben, is een optimistische blik. Niet werkLOOS maar ‘in between jobs’. Geen ZZP-er maar een onafhankelijke ondernemer die verschil wil maken. Niet beperkt maar…

Als het gaat om de beperkende terminologie waarmee we cliënten omschrijven, zie je wel hier en daar discussies. Ze laaien op en doven dan weer snel. Zorgland heeft andere prioriteiten. Of misschien hebben nog niet genoeg mensen jeuk.

Een verandering in terminologie is ook niet een vraagstuk waar we vandaag uitkomen, dat snap ik. Een eerste stap is te beseffen wat ons woordgebruik met de identiteit van cliënten doet: elke verandering komt voort uit een stuk bewustwording.

Wat zou jij ervan vinden als jij wordt samengevat in iets wat je mist? Wanneer mensen benadrukken wat jij niet hebt? Heb jij een idee voor een betere term? Ik ben creatief, maar blijf toch hangen bij cliënten (alleen dat al…). Ik ben benieuwd naar jouw woord of idee. Laat je een berichtje achter?

Print Friendly, PDF & Email
Share
Share
Tweet
Pin